Column MOVISIE over jongeren
gepubliceerd in het boek Participatie Ontward 2010
De kernwaarden van jongeren: authenticiteit, transparantie, participatie
Laatst nam ik een kijkje bij een groots opgezette demonstratie van jongeren tegen bezuinigingen in het onderwijs. Er waren talloze organisaties bij betrokken, sponsors aangetrokken en media uitgenodigd om een massale beweging op te zetten – natuurlijk op het Amsterdamse Museumplein. Daar aangekomen hoorde ik veel kabaal maar zag ik weinig jongeren. Heel weinig. Iets van 1500 denk ik. De vlaggen en banners (deels aangeboden door de politieke partijen, het was verkiezingstijd) maakten er nog iets van, net als de pompende muziek van het radiostation Wild FM. Maar liep hier nu een plein vol met boze jeugd?
De demonstratie toonde voor mij weer eens aan dat de jongeren van vandaag niet meegaan in de oude, collectieve structuren die samenleving van de twintigste eeuw zo gekenmerkt hebben. De twintigers en dertigers zijn opgegroeid na de Koude Oorlog, in een tijd dat de internationale grenzen wegvielen en de ICT-revolutie om zich heen greep. Voor deze leeftijdsgroep zijn de slome, hiërarchische collectiviteiten van vakbonden, politieke partijen en maatschappelijke organisaties afschrikwekkend. Het duurt immers jaren voordat je iets in zo’n organisatie kunt bereiken en intussen moet je je door eindeloze bureaucratie, vergaderingen en politieke spelletjes worstelen. Bovendien hebben zij feilloos door hoe langzaam deze clubs reageren op de enorme veranderingen in de samenleving.
Nee, de jongeren van vandaag zijn niet meer te vinden voor een ‘doe-iets-voor-de-wereld-tientjeslidmaatschap’ van Greenpeace, de VPRO of de FNV. Zij willen liever hun maatschappelijke ei kwijt in projecten en kleine clubjes waar ze persoonlijk betrokken kunnen zijn. In sociologische termen gaat het om een schisma tussen verticaal en horizontaal denken. Waar oudere generaties geloven in bescherming en zekerheid van bovenaf, denken jongeren in kansen, nieuwe verbindingen en open netwerken, van onderop.
Daardoor ontstaan op dit moment parallelle structuren in de maatschappelijke betrokkenheid van burgers in Nederland. Dat is op termijn gevaarlijk. ‘Oude’ organisaties houden vast aan hun collectiviteiten met achterbannen, hoe sterk die ook vergrijzen (een kwart van de vakbondsleden is ouder dan 65). De nieuwe, onzichtbare clubjes vormen één groot netwerk waar persoonlijke participatie, authenticiteit en transparantie voorop staan. Dat leidt tot een enorme versnippering, maar dat is ook juist de bedoeling.
De Nederlandse verzorgingsstaat is op dit moment onvoldoende toegerust om op deze manier van participatie serieus in te spelen. De ‘belangenclubs’ van weleer moeten uit hun ivoren torens komen en de oude manier van denken overboord gooien. Doen ze dat niet, dan werken ze mee aan een tweedeling in de samenleving, en aan het verdiepen van de mentaliteitskloof tussen jong en oud.
Joop Hazenberg is voorzitter van denktank Prospect en auteur van het boek Change – hoe de netwerkgeneratie Nederland gaat veroveren.