Hef de SER op

1 april 2011

De Sociaal-Economische Raad, hart van het poldermodel, heeft zijn langste tijd gehad. De SER is een WC-Eend geworden van grijze en angstige babyboomers. Tijd om het instituut op te heffen en het kennisgedeelte onder te brengen bij de Tweede Kamer, betoogt Joop Hazenberg.

Er staat aan de Haagse Bezuidenhoutseweg een erg lelijk pand. Zo lelijk, dat je je bijna niet kunt voorstellen dat daar geregeld de machtigste mensen van Nederland samenkomen om onze verzorgingsstaat te besturen. De kleuren zijn uit de jaren tachtig en bestaan uit blauw, geel en viesbruin. Natuurlijk ook veel grijs – net zoals de haardossen van de voornamelijk mannen die de Sociaal Economische Raad bestieren. Het gebouw is onlangs ‘gepimpt’ maar niet de mensen die erin zitten.

Deze kongsie van werkgevers- en werknemersorganisaties, aangevuld met Kroonleden – ‘onafhankelijke’ leden zoals wetenschappers, is dé plek waar de afgelopen decennia cruciale besluiten zijn genomen over het sociaal-economische stelsel in Nederland. Na de Tweede Wereldoorlog gaf de politieke elite opdracht aan werkgevers en werknemers om gezamenlijk een sociaal beleid vorm te geven. Dat was nodig om de sociale cohesie in de samenleving te waarborgen.

De SER heeft deze taak met veel verve vervuld. In tijden van grote spanningen, bijvoorbeeld door een economische crisis, kon dit gremium door de politieke en maatschappelijke impasse heenbreken. Het polderhoogtepunt was uiteraard het Akkoord van Wassenaar uit 1982. Om de toenmalige massale werkloosheid te bestrijden, gingen de vakbonden akkoord met loonmatiging, terwijl de werkgevers arbeidstijdverkorting toezegden. Depolarisatie en decennia van groei volgden.

Nog steeds doet de SER van zich spreken, nu opnieuw de verzorgingsstaat aan een ingrijpende herziening toe is, ditmaal vanwege processen als globalisering, individualisering en vergrijzing. De economie en de arbeidsmarkt worden de komende decennia totaal op haar kop gezet, terwijl de vergrijzing leidt tot een grotere druk op een krimpende beroepsbevolking. Ook zullen de aargasbaten – levensader van de verzorgingsstaat – binnen enkele decennia wegvallen.

De Sociaal Eonomische Raad mag geen fundamentele rol spelen bij de fundamentele herziening van de verzorgingsstaat die ons staat te wachten. Ik bepleit een spoedige opheffing van de Raad, om drie redenen.

Allereerst is de SER niet meer representatief te noemen. Alles draait in de polder om het hebben van achterbannen, en met name de ledenbestanden van vakbonden zijn in hoge mate aan het vergrijzen en verschralen. Slechts 21 procent van de beroepsbevolking is aangesloten bij een vakbond. Intussen is het aantal zelfstandigen explosief gegroeid, tot bijna tien procent. In ondernemingsraden, pensioenfondsbesturen en andere schaduwbesturen is het aantal veertigers verwaarloosbaar, om nog maar van dertigers te zwijgen. De tijd van massale collectiviteiten is voorbij – en daarmee ook die van een verbindend orgaan van die collectiviteiten. Er dreigt een tweedeling tussen jongeren en freelancers enerzijds, en ouderen en ‘hun’ organisaties anderzijds.

Door die scheefgroei in leeftijdsopbouw – en straks de verdeling van centjes, rechten en plichten in een vergrijzend Nederland – krijgt de SER bovendien een air van WC-Eend. Hij wordt, of is al, een belangenclub van babyboomers, die hun eigen verworvenheden willen behouden en daarom pleiten voor het in stand houden van de huidige voorzieningen als AOW, ontslagrecht en hypotheekrenteaftrek. ‘Wij van de SER adviseren het door ons geformuleerde beleid en zijn trots op de door ons in het verleden behaalde resultaten.’

Helaas is deze vrees al werkelijkheid. Wie herinnert zich niet Agnes Jongerius die in 2009 voor de deur van de SER trots verklaarde dat de verhoging van de AOW-leeftijd van de baan was? Ze werd teruggefloten (met name door de politiek), maar als collectief sneedt de SER wederom de democratie de pas af door op 8 juni 2010 – één dag voor de verkiezingen van het parlement – een akkoord over bescheiden AOW-verhoging te presenteren. Die kon het toekomstige kabinet zo invoeren, makkelijk toch?

Dat brengt me op de derde reden om de SER af schaffen: zijn remmende, conservatieve instelling in een tijd van grootschalige (mondiale) veranderingen. Het hart van het poldermodel stopte te kloppen toen de versoepeling van het ontslagrecht op de agenda stond in 2006. Het was nukkig over het toelaten van ZZP-ers tot de Raad (dit jaar pas), en toonde zich schrikachtig door een eigen rapport over de woningmarkt: dat mocht (vanwege de inhoud) niet aan de hele Raad worden voorgelegd!

Het (toenemende) gebrek aan representativiteit, de onvermijdelijke positie als belangenbehartiger van ouderen en het ‘oude systeem’, en het fungeren als hinderlijke schaduwmacht maken van de SER een club die zijn langste tijd heeft gehad. De angst mag niet regeren – en al helemaal niet op de achtergrond. Bovendien is dit extraparlementaire, geïnstitutionaliseerde bolwerk van grijze machthebbers een mogelijke veroorzaker van een conflict tussen generaties. De Nederlandse ouderen zijn de rijkste ter wereld, terwijl straks de jongere werkenden voor 19 jaar aan babyboomervakantie moeten opdraaien, de hypotheekrente zien wegvallen en dure pensioenpremies kunnen wegzetten.

Er is inmiddels ook zware kritiek van enkele Kroonleden en werkgeversorganisaties op de Raad, juist nu de SER eind 2010 zijn zestigjarig bestaan vierde met een congres, bubbels en een boek. Judith Ploegman, die als voorzitter van FNV Jong van 2006 tot 2008 aan de SER-tafel mocht zitten, was geschokt door ‘het gebrek aan daadkracht en urgentie.’ Clubs als het Alternatief voor Vakbond zagen aan de stoelpoten – overigens zonder veel indruk te maken. De dijken rond de polder zijn sterk.

Tijd om die dijken op te blazen. De Nederlandse verzorgingsstaat moet fundamenteel worden hervormd en belangenclubs mogen hierin niet het hoogste woord hebben. Daarom dient dit kabinet zo snel mogelijk de stekker te trekken uit het hart van het poldermodel, de Sociaal Economische Raad. Het is spijtig dat zijn foeilelijke gebouw net verbouwd is, maar daar heb ik een mooie en nuttige bestemming voor, ook voor een deel van de 125 medewerkers. De adviespoot van de SER wordt ondergebracht bij het parlement en dient voortaan als onderzoeksinstituut voor de Kamer, op gebied van lange termijnthema’s als globalisering, vergrijzing en staathuishouding.

Joop Hazenberg (1978) is voorzitter van denktank Prospect en maker van de documentaire ‘Weg van de barricaden’

4 comments

  • [...] Hef de SER op [...]

  • Jolanda Maas (782 days)

    Beste Joop,

    Opvallende 1 april grap! We wisten niet dat je een functie als kroonlid ambieerde. Goed om te weten hoe zeer je geïnteresseerd bent. De rest van je weblog heb ik met enige verbazing gelezen. Sta me toe dat ik op enkele punten reageer.

    Of een gebouw lelijk is, is een kwestie van smaak en over smaak valt niet te twisten. Het SER-gebouw is onlangs ingrijpend gerenoveerd en je bent van harte welkom om het eens te komen bekijken en oordeel dan zelf hoe lelijk het geworden is.

    Dan het punt van de representativiteit van de vakbeweging. Ongeveer 25 procent van de werknemers (1,8 miljoen mensen) is lid van een vakbond. Een veel grotere groep profiteert echter van het vakbondswerk. Immers, cao’s gelden niet alleen voor de leden van de vakbond maar voor voor alle werknemers in een sector, lid of niet. De niet-leden zijn dus eigenlijk ‘free riders’. Zij plukken de vruchten van het werk van de vakbeweging zonder daarvoor contributie te betalen. Uit onderzoek blijkt bovendien dat de vakbonden als een van de weinige instituties in Nederland nog veel vertrouwen en steun genieten.

    Het aantal zelfstandigen zonder personeel is inderdaad groeiende (675.000), maar het overgrote deel van de bevolking is toch nog steeds werkzaam als werknemer (7,5 miljoen in totaal). Deze personen (en natuurlijk ook de ondernemers) vertegenwoordigt de SER. Welke andere organisatie kent zo’n achterban? In de SER zitten inmiddels vertegenwoordigers van twee zzp-organisaties: FNV Zelfstandigen en het Platform Zelfstandig Ondernemers. Maar ook ouderen en jongeren zijn vertegenwoordigd in de raad. Menig politieke partij zou razend jaloers zijn op deze aantallen. Of wil je beweren dat de politieke partijen gelet op hun ledenaantallen ook geen recht van spreken hebben?

    Is de SER een bolwerk van babyboomers? Nee, want nog niet de helft van de leden en plaatsvervangende leden is geboren tussen 1944 en 1955: 31 van de 66. De rest is allemaal jonger. Het aantal vrouwen is nog niet zo groot: 15 van de 66 is vrouw. Maar er wordt aan gewerkt, zo zijn onlangs twee vrouwen tot kroonlid benoemd: Jet Bussemaker en Mirjam van Praag.

    Tot slot roep je op de SER op te heffen en het secretariaat onder te brengen bij een nog op te richten onderzoeksinstituut van het parlement. Maar onderzoeksinstituten hebben we al genoeg in Nederland. De SER vervult een heel andere functie. Wat de SER zo bijzonder maakt is dat het in zijn adviezen wetenschappelijke inzichten verenigt met maatschappelijk draagvlak. Het is een adviesorgaan, niets meer of minder. De politiek beslist, daar ligt het primaat. Overigens vinden velen juist dat Nederland beter af is met een instituut als de SER. De meeste sociaal-economische hervormingen zijn gebaseerd op adviezen van de SER. Veel zaken hebben we toch redelijk voor elkaar in Nederland, vooral vergeleken met andere landen in Europa.

    Tot ziens bij de SER?

    Jolanda Maas,
    Hoofd Communicatie SER

  • admin (779 days)

    Beste Jolanda,

    Veel dank voor de snelle reactie op mijn 1 april-actie! Ik waardeer het dat de SER in het openbaar reageert op mijn stellingname.

    Ik ga kort in op je punten.

    1. De representativiteit: natuurlijk is een fors deel van de werknemers in NL nog aangesloten in de vakbond. Maar de mentale verbintenis is denk ik tanende, en de leeftijdsopbouw van de vakbondledengroep (is dat een woord?) is behoorlijk scheef aan het trekken. Vakbonden willen niet eens prijsgeven hoe veel (of weinig) jongeren dezer dagen nog lid worden.
    Het stoort me dat kennelijk wettelijk is vastgelegd dat vakbonden het ook voor de niet-aangeslotenen mogen opnemen. De free riders hebben anno 2011 wellicht helemaal geen behoefte aan zulke bemoeienissen – vergelijk de inzet van vorige week voor het ‘last in-first out’ principe in universiteitenland.

    2. Over de achterbannen: dit is de mentaliteitskloof tussen jongeren en ouderen tot in de kern. Twintigers en dertigers zien helemaal niets in groepen die zich verenigen rond een bepaald belang en dan gaan roepen dat ‘de achterban’ iets niet wil. Het denken in collectiviteiten is een absoluut anachronisme in de 21ste eeuw, zie het voortmodderen van de AVV. Misschien zijn de Raadsleden van de SER dan wat jeugdiger dan hun achterban, de achterban zelf is dat zeker niet. Wel zien we dat mensen zich in toenemende mate – en meestal tijdelijk – verenigen rond een bepaalde persoon (PVV) of rond een ideaal (duurzaamheid). Dat betekent dat ook politieke partijen hun langste tijd hebben gehad, tenminste in de huidige vorm.

    Nu heb ik niets tegen praatclubs waarin achterbannen samenkomen om mooie rapporten te schrijven of visies over de toekomst (bijv van de arbeidsmarkt) te schetsen. Ik wil vooral af van de institutionele rol die dit soort gremia hebben gekregen. De SER is een van deze institutionalia die het ‘bolwerkdenken’ achter zich moet laten en een open, transparante ‘netwerkorganisatie’ of ‘kenniscentrum’ moet worden.

    3. De SER is wat mij betreft een kenniscentrum van formaat waarin de toekomst van Nederland als economie en Nederland als verzorgingsstaat vrijelijk kan worden besproken. Ik heb zelf in de Tweede Kamer gewerkt en heb daar een afschrikwekkend tekort aan kennis en ondersteuningscapaciteit ondervonden. Elk Kamerlid kan daarover meepraten. Het is echt een schande (ik gebruik dit woord zelden) dat de Nederlandse controlerende macht zo pover wordt ondersteund met goede onderzoekers en makkelijk te activeren kennis.

    4. Nederland is overigens zeker sociaal-economisch goed ingericht en we hebben het hier prima! Dat feit staat voorop, al noem ik hem als laatste.

    Ik kom graag eens met een groep jonge denkers van Prospect langs bij de SER om te praten over de toekomst van het poldermodel. Er zijn ook heel wat slimme leeftijdsgenoten die wellicht minder ‘radicaal’ denken dan ik en ook met goede voorstellen komen om onze verzorgingsstaat en zijn instituten te vernieuwen. Dat die vernieuwing absoluut nodig is, dat zijn we hopelijk al met elkaar eens.

    Met vriendelijke groet,
    Joop Hazenberg

  • Jolanda (778 days)

    Beste Joop,

    Je bent van harte welkom met een groepje jonge denkers van Prospect bij de SER. Alexander Rinnooy Kan, Veronique Timmerhuis en ik ontvangen jullie graag. Bel je even voor het vinden van een geschikte datum? Tel: 070-3499499.

    Tot ziens bij de SER!
    Jolanda Maas

Go to Top